Ophalen van medicatie

Ophalen van medicatie in de apotheek

Vrijwel alle patiënten in Nederland halen hun recepten op in een vaste apotheek. Met de apotheekgegevens over geneesmiddelafleveringen van de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) kan worden gekeken naar de mate van therapietrouw.

 

Definities (zie ook methodologische verantwoording):

Therapietrouwratio: afgeleverde hoeveelheid van het geneesmiddel, uitgedrukt in 'afgedekte dagen', gerelateerd aan aantal gebruiksdagen in een kalenderjaar.

Therapietrouwe patiënt: iemand met een therapietrouwratio van minimaal 80%.

Alleen de reguliere gebruikers worden hiervoor meegenomen. De starters, stoppers en starters die in hetzelfde jaar ook weer gestopt zijn worden buiten beschouwing gelaten.

 

Percentage therapietrouwe patiënten per geneesmiddelgroep

Er zijn verschillen tussen geneesmiddelen in het percentage mensen met een therapietrouwratio van 80% of meer (zie de tabel). Dit percentage is het hoogst onder gebruikers van orale antidiabetica. Het laagst is dit onder gebruikers van onderhoudsmedicatie voor astma/COPD en mensen die ADHD medicatie slikken. Bij gebruikers van medicatie voor hart-/vaatziekten is het percentage therapietrouwe patiënten het laagst bij diuretica en cholesterolverlagers, al zijn de verschillen tussen de middelen klein. In 2013 zijn de percentages therapietrouwe patiënten per geneesmiddelgroep niet tot weinig veranderd ten opzichte van voorgaande jaren.

 

Uitsplitsing van het percentage therapietrouwe patiënten per geneesmiddelgroep:

Regionale verschillen

Het onderstaande landkaartje geeft de regionale verschillen weer in het percentage therapietrouwe patiënten binnen een geneesmiddelgroep (er kan gewisseld worden tussen geneesmiddelgroepen met het scroll-down menu onderaan de figuur). In 2013 zijn de regionale verschillen het grootst voor ADHD middelen (verschil van maximaal 24%), direct gevolgd door astma/COPD onderhoudsmedicatie (verschil van maximaal 15%). De verschillen tussen regio's zijn het kleinst voor bètablokkers (verschil van maximaal 8%). Verder blijkt dat de verschillen tussen regio's voor alle geneesmiddelengroepen in 2013 kleiner zijn geworden ten opzichte van 2006.

Variatie in percentage therapietrouwe patiënten tussen apotheken

Er zijn verschillen tussen apotheken in de mate waarin hun patiënten therapietrouw zijn. De figuur hieronder toont het gemiddelde percentage therapietrouwe patiënten over alle apotheken (vierkantje). Daar omheen zit het 95% betrouwbaarheidsinterval: de onder- en bovengrens. Dit zegt iets over de verschillen tussen apotheken. Bij orale antidiabetica bijvoorbeeld is het maximale verschil in percentage therapietrouwe patiënten tussen apotheken 11% (86%-97%). Voor de meeste geneesmiddelgroepen ligt het maximale verschil tussen apotheken tussen de 11% (orale antidiabetica) en 19% (antidepressiva). Dit maximale verschil is duidelijk groter bij ADHD-medicatie (24%) en onderhoudsmedicatie voor astma/COPD (29%).

De variatie in therapietrouw tussen apotheken wordt niet verklaard door verschillen in samenstelling van hun patiëntenpopulatie qua leeftijd en geslacht, noch door verschillen tussen regio’s. In eerder onderzoek onder huisartspraktijken werd dit ook gevonden: er was grote variatie in therapietrouw tussen huisartspraktijken die niet door de samenstelling van hun patiëntpopulatie te verklaren was. Het is interessant na te gaan waar deze verschillen dan wel door verklaard kunnen worden. Dat biedt mogelijk handvatten voor interventies gericht op zorgverleners.

Gemiddelde therapietrouwratio per geneesmiddelgroep

De gemiddelde therapietrouwratio is in elke geneesmiddelgroep vrijwel gelijk gebleven over de afgelopen jaren (zie onderstaande tabel). Ook in 2013 is dit vrijwel niet veranderd. Onder de mensen die orale antidiabetica of medicatie voor hart-/vaatziekten gebruiken ligt het ratio ruim boven de 90 procent. Onder de mensen die onderhoudsmedicatie voor astma/COPD of middelen voor ADHD gebruiken ligt het ratio wat lager, rond de 80 procent. Voor gebruikers van antidepressiva ligt de gemiddelde therapietrouw tussen de 86 en 89 procent.

Bron(nen)
SFK