Hart- en vaatziekten

Het percentage stoppers is het hoogst onder nieuwe gebruikers van diuretica of calciumantagonisten. Van de mensen die in 2010 gestart zijn met een middel uit een van deze twee groepen, stopt ongeveer 17 procent weer. Dat is een iets hoger percentage dan in 2009. Een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn dat mensen wisselen tussen geneesmiddelgroepen. Ook onder de mensen die de middelen al langer gebruiken, is het percentage stoppers het hoogst onder gebruikers van diuretica en calciumantagonisten: ongeveer een op de tien mensen stopt met deze middelen.

 

ADHD

Van de mensen die in 2010 gestart zijn met het gebruik van middelen voor ADHD, is rond de 17 procent weer gestopt met gebruik. Dit percentage is iets lager onder mensen die deze middelen al langer gebruiken (13 procent).

 

Depressie

Van de mensen die in 2010 gestart zijn met het gebruik van antidepressiva, is bijna twee op de tien mensen weer gestopt met gebruik. Dit verschilt niet veel met 2009. Van de mensen die al langer antidepressiva gebruiken, stopt ongeveer één op de tien mensen.

 

Astma/COPD

Van de mensen met astma/COPD is het percentage stoppers onder de nieuwe gebruikers vrij hoog. In zowel 2009 als 2010 stopte ongeveer een derde van de nieuwe gebruikers. Deze percentages liggen mede zo hoog omdat naast de onderhoudsmedicatie (luchtwegbeschermers) ook de aanvalsmedicatie (luchtwegverwijders) tot deze geneesmiddelgroep behoort. Deze aanvalsmedicatie wordt gebruikt bij (acute) astma-aanvallen, en is niet bedoeld voor dagelijks gebruik. Onder de langere gebruikers ligt het percentages stoppers veel lager (rond de 15 procent).

 

Stoppen behandeling

Voor gehanteerde definities, zie methodologische verantwoording
 

Nieuwe gebruikers versus langere gebruikers (tabel 1)